Legerkiosk

41 Pabrig kwart eeuw in de Bondsrepubliek

Wie nu eigenlijk tot de doelgroep behoort die de Legerkoerier in 1988 wilde bereiken met het artikel ‘Sentimental journey naar Seedorf’ is niet helemaal duidelijk. De titel neigt naar afgezwaaide soldaten die ooit in een ver verleden op deze legerplaats gestationeerd zijn geweest, maar wie van hen zou er toen een abonnement hebben gehad op deze krant? Ik in ieder geval niet. Ik trok mijn sporen in het Seedorfse van 1970, en had tijdens het jubileumjaar een druk bestaan in de burgermaatschappij. Dus ik kreeg geen Legerkoerier in de bus, en bleef tot op heden verstoken van dit bericht.

Pas nu, opniéuw 25 jaar later, lees ik het voor het eerst. En ik moet bekennen, de kop ‘Sentimental journey’ blijkt goed gekozen. In een interessant artikel wordt vanaf het jaar 1988 een terugblik geworpen op de beginjaren door hen die het allemaal hebben meegemaakt. En delen uit dit verhaal zijn ook voor mij erg herkenbaar. Opgetekend door brigadegeneraal Hovenier, de adjudanten Keppel en Gooren, kolonel Overbeek, legeraalmoezenier Linssen en onderwijzer Dillingh, die allemaal een stukje van de puzzel leggen dat een kwart eeuw Nederlandse Troepen in Seedorf compleet maakt. Onderstaand een aantal fragmenten hieruit. Voor het volledige artikel verder naar beneden scrollen.

Sentimental journey naar Seedorf

Wie op zijn herinnering in het West-Duitse Zeven de weg naar de legerplaats Seedorf tracht te vinden raakt in verwarring. Het stadsbeeld in het centrum is in 25 jaar dermate gewijzigd, dat er weinig houvast meer is.

Het moderne stadscentrum van Zeven in 1988.

Het ouderwetse hotel Schütenberg met het aanleunende gutbürgerliche Schuhmacher heeft plaats gemaakt voor de hypermoderne Sparkasse en het Rathaus. Hoewel immer stad naar Duitse begrippen, is Zeven door een kwart eeuw aanwezigheid van Nederlandse troepen van een – in Hollandse ogen – typisch boerendorp uitgegroeid tot een heus stadje. De nostalgie is door de koele zakelijkheid verdrongen. Neringdoenden van weleer zijn welgestelde middenstanders geworden met alle gevelaanpassingen van dien. En in de Gebrauchtwagen moet wel een goede handel zitten, anders zouden er niet zoveel verkoopstations zijn.

De sentimental journey loopt al spoedig na de grensovergang bij Denekamp stuk. De Bundesstraße heeft weliswaar nog steeds nummer 213, maar de kinderhoofdjes en klinkers van toen zijn verdwenen. Keurig strak asfalt laat de bebouwde kommen van de hoogbejaarde stadjes en dorpjes onberoerd. De reiziger anno 1988 ontgaat daardoor veel bezienswaardigs langs deze eeuwenoude handelsroute, die Vlaanderen met de Hanzesteden verbond. Dit was ook de weg waarlangs lakenkooplieden als Brenninkmeijer, Dreesmann en Cloppenburg eind vorige eeuw ons land binnentrokken om daar hun nationale dan wel internationale confectie-imperium op te bouwen […]

Pionierstijd

De grote verbouwing; van platdak (voor) naar puntdak (achter).

De huidige commandant van 41 Pabrig, brigadegeneraal T. Hovenier staat die tijd nog helder voor de geest. De Operatie Chirurg (afslanking noemen we dat tegenwoordig) trof ook het Korps Commandotroepen, waardoor hij als commandant Ost-compagnie bij 42 Painfbat Limburgse Jagers belandde. “Je stelde eigenlijk geen eisen en moest alles zelf regelen. Een huis bijvoorbeeld. Een auto had je nog niet, dus ging je iedere dag op de fiets naar de kazerne.

Brigadegeneraal T. Hovenier.

Het assortiment verse groenten bij de groenteman beperkte zich tot kool in verschillende kleuren. Als er verse sla uit Nederland werd aangevoerd moest je er vlug bij zijn. Daar stelde je je op in, je behoeftepatroon lag laag. TV en video waren er nog niet, dus trok iedereen met gezin naar de exercitieloods, waar de WZZ optredens verzorgde. Dat waren echt verzetjes.
Je leefde veel meer mee met de troep. Dat kwam ook omdat het beroeps-personeel in de weekeinden vier appèls moesten bijwonen. Dan kwamen de echtgenotes en kinderen mee en at men na afloop in de mess, dat gaf een stuk verbondenheid en ook gezelligheid.” […]

Stappen

Telegraaf 19/05/1988.

Plaatsvervangend brigadecommandant, kolonel O.E. Overbeek, een oudgediende in de Zevense dreven, noemt de meest in het oog springende veranderingen het viaduct voor de ingang van de legerplaats en de overvolle parkeerplaatsen. “Men is veel mobieler ingesteld. Vroeger was Mutti Müller dé tent in Seedorf, maar die is verdwenen toen de jongelui hun vertier verderop gingen zoeken. Het uitgaansgebied rond de kazerne is nu veel groter. Ze draaien hun hand niet om voor dertig of veertig kilometer rijden.” Niettemin floreren de onderdeelsbars nog steeds. De kolonel vindt het voordeel van stappen in de kazerne, dat de vuile was binnen blijft. “Je hebt altijd kwaadwillenden die zich te buiten gaan. Gebeurt dat buiten de kazerne, dan schaadt dat niet alleen onze naam maar worden anderen daar ook de dupe van als zo’n zaak zijn deuren voor de Nederlanders sluit.”

Zoals bekend is inmiddels met steun van de Koninklijke Landmacht een klacht bij de Duitse justitie ingediend tegen het discriminerende optreden van sommige horecabedrijven, die na enkele incidenten Nederlandse militairen niet meer toelaten. […]

Bekijk het hier…

Voor het volledige artikel klik hier voor pagina’s 1 en 2, en hier voor pagina’s 3 en 4 (openen in apart venster). Originele publicatie (1988) uit de Legerkoerier.

Opnieuw een ‘sentimental journey’ naar Seedorf…

Bundesstraße 71 in 2013!

Voor elke Seedorfganger zonder twijfel een overbekende ‘Strecke’. De camera draait vanaf omgeving Bockel, via Zeven tot aan de hoofdpoort van de kazerne Seedorf (nu Fallschirmjäger Kaserne Seedorf). Gefilmd op 25 augustus 2013 door Wim en Wesley Donker.

Uit de collectie van kapitein b.d. Gerard Gaarthuis

naar top↑

retour-hoofdstuk

Advertenties