Legerkiosk

Roken… begin er niet aan!

In augustus 1963 verscheen er een artikel in de Legerkoerier over de gevaren van het roken. Zo’n 13 jaar eerder werd al verband gelegd tussen het stijgend aantal gevallen van longkanker in relatie tot tabaksrokers. Gebaseerd op vermoedens die ontleend waren aan statistische gegevens, maar nog niet wetenschappelijk bewezen. Ondertussen nam het aantal rokers sterk toe, aangewakkerd door de opkomende commercie in de naoorlogse jaren. Bovendien werd je er in je omgeving dagelijks mee geconfronteerd.

Veel volwassenen rookten, op t.v. waren opstijgende rookpluimen ook niet ongewoon, en in bioscoop- en treinstoelen zaten zelfs asbakjes in de armleuningen ingebouwd. Er bestaan ook oude reclamefilmpjes waarbij het roken door artsen wordt aanbevolen. Het was sowieso niet ongebruikelijk dat je huisarts rookte in zijn praktijkruimte of de leraar een sigaretje opstak in het klaslokaal. En wat te denken van de slogan: ‘Het is geen man die niet roken kan’…

Het lijdt natuurlijk geen twijfel dat we nog iemand moeten overtuigen van het feit dat roken zeer schadelijk, zelfs dodelijk kan zijn. De bij dit artikel getoonde advertenties (eveneens uit 1963) hebben dan ook niet als doel de sigaret te promoten, maar illustreren dat de tabaksfabrikanten hun campagnes afstemden op iedere beroepsgroep. Ook de militair ontkwam er niet aan. Tegenwoordig ondenkbaar, nee… zelfs verboden!

“Jan, rook toch niet zo veel…!”

“Steek eens op…”
“Even pauzeren voor een sigaret…”
“Wacht, een sjekkie draaien…”
“Ik snak naar een sigaret…”

Ja, in alle toonaarden kan men dit refrein horen op straat, in de werkplaats, op kantoren en ook in de militaire dienst. Er wordt stug gerookt in ons land. Een enkel cijfer over de sigaretten: in 1950 gingen er in ons land 8 miljard in rook op, in 1955 bijna 12 miljard en in 1960 en 1961 bijna 14 miljard. Dat is per hoofd van de bevolking, voor wat de laatste jaren betreft: ruim 1.200 sigaretten per jaar. Maar dan komen daar per hoofd nog 10 tot 125 sigaren bij en bijna een kilo kerftabak. Laat ons er maar rond voor uitkomen: wij zijn een véél-rokend volkje. Bovengenoemde cijfers geven het gemiddelde jaarrantsoen, maar hierbij is dan ook alles en iedereen meegeteld: zuigelingen, kinderen, weinig of niet-rokende mannen en vrouwen, zieken enz. Als wij alle tabak die in Nederland in as en rook opgaat, niet berekenen per hoofd van de bevolking, maar per ‘roker’, dan komen we tot cijfers die nog veel hoger liggen.

Wij roken dus veel, naar de mening van medische deskundigen té veel, en als we niet oppassen dan gaan we steeds meer roken, want het sigarettenverbruik is de laatste tien jaar met 75% gestegen. De gezondheid wordt geschaad door regelmatig zwaar roken, dat staat wel vast. Vooral ook omdat men in Nederland in hoofdzaak sigaretten rookt, waarbij velen de rook inhaleren, terwijl de sigaret zelf – uit Hollandse zuinigheid – tot op een zéér klein peukje na wordt opgerookt. Juist die laatste trekken brengen een groot percentage schadelijke stoffen in ons lichaam. Sigaren- en pijprokers zijn meestal matiger in hun rookgewoonten en inhaleren nauwelijks of niet. Iedereen weet dat nicotine een zwaar vergift, een van de belangrijkste bestanddelen van de tabaksrook is. […]

Rokershoest

Iedereen kent, hetzij uit eigen ervaring, hetzij uit zijn omgeving, de beruchte ‘rokershoest’, die zich vooral na het opstaan en in de morgenuren voordoet. Deze hardnekkige hoest is een teken, dat de roker lijdende is aan een chronische bronchitis met alle gevaren daaraan verbonden.

Zware rokers maken heel wat meer kans bronchitis te krijgen dan niet-rokers. Dat in het algemeen hun longen meer te verduren krijgen dan die van niet-rokers ligt voor de hand.
Tabaksrook bevat ook koolmonoxide, bekend als het giftige gas in kolendamp. Het hecht zich aan de rode bloedlichaampjes, de dragers van de zuurstof in ons bloed. Het percentage rode bloedlichaampjes, dat op deze wijze wordt uitgeschakeld voor hun ten behoeve van de instandhouding van ons lichaam zo nuttig en noodzakelijk werk, kan bij zware rokers variëren van 5 tot 10 procent. Wij kunnen ons indenken dat een sportsman er niets voor zal voelen, op deze manier zijn prestaties in gevaar te brengen.

Longkanker

Er is de laatste jaren veel geschreven over het verband dat zou bestaan tussen zwaar roken en het optreden van longkanker. Hoewel er medisch nog tal van vraagstukken op dit terrein bestaan, laten de statistieken cijfers zien, die er niet om liegen. Terwijl alle andere vormen van kanker over de periode van 1924 tot 1960 vrijwel gelijk zijn gebleven, zijn de sterfgetallen als gevolg van longkanker in Nederland verveelvoudigd. In 1924 overleden 58 mannen en 23 vrouwen aan longkanker, in 1948 respectievelijk 1.038 en 180, in 1957: 2.105 en 211, in 1959: 2.513 en 17, in 1961: 2.949 en 276.
In 1924 was de sterfte aan deze gevreesde ziekte bij mannen 2,5 maal zo hoog als bij vrouwen, thans 10 maal zo hoog. Daar moet een oorzaak voor zijn. De longen van de mens en vooral van de man zijn kennelijk in de laatste tientallen jaren blootgesteld aan een invloed van buiten die er daarvòòr niet was. Merkwaardig is nu dat deze spectaculaire stijging van sterfte aan longkanker gelijke tred houdt met de toeneming van het roken van sigaretten door mannen. Vrouwen roken minder, maar gaan steeds meer roken en dat zou de geringe stijging van het aantal sterfgevallen aan longkanker bij vrouwen kunnen verklaren. […]

Beter: niet roken of zeer matig

Al staat het dus medisch niet onomstotelijk vast* dat roken longkanker kan veroorzaken, de statistieken spreken in dit opzicht een onheilspellende taal. En in elk geval is het wel zo, dat roken nadelig is voor de gezondheid.

Men doet dus verstandig, zijn rookgewoonten eens te herzien. Men zou dit kunnen doen door minder te gaan roken en dan niet uitsluitend sigaretten. Wil men toch de sigaret trouw blijven, dan verdient het aanbeveling alleen dan op te steken als men er behoefte aan heeft, bijvoorbeeld na de maaltijd of na het kopje koffie in de morgenpauze, in plaats van gedachteloos de ene sigaret na de andere, als gewoontegebaar, in rook te doen opgaan. Het staat vast dat inhaleren de risico’s verhoogt. Probeer dit na te laten of rook af en toe een pijp of een sigaartje, want de rook daarvan laat zich door zijn alkalische samenstelling veel moeilijker inhaleren. […]

* Het verband tussen roken en longkanker werd al eerder gelegd; inmiddels is het een bewezen feit. Voor het artikel uit de Legerkoerier (1963) zijn de volgende bronnen aangehaald:
‘Roken en gezondheid’, rapport van het Kon. Genootschap van Londense artsen. Uitgave A.J.G. Strenholt, Amsterdam; ‘Huisarts, roken en de preventie van longkanker’ door R. Korteweg; Overdruk uit verslagen en mededelingen betreffende de Volksgezondheid.

Bekijk het hier…

Klik hier voor pagina 1, en hier voor pagina 2 van het verhaal (openen in apart venster), zoals dit in augustus 1963 in de Legerkoerier werd gepubliceerd.

Uit de collectie van kapitein b.d. Gerard Gaarthuis

naar top↑

retour-hoofdstuk

Advertenties