Onder de wapenen

Soldaat in opleiding

Vanwege een ernstige longziekte op jeugdige leeftijd ben ik er altijd van overtuigd geweest dat ik zou worden afgekeurd voor militaire dienst. Ik had er ook helemaal geen trek in. Groot was dan ook mijn verbazing dat er tijdens de keuring op 25 november 1968 in Breda niets op mijn gezondheid viel aan te merken.

Op zich natuurlijk goed nieuws, maar tijdens de thuisreis, zo herinner ik mij, had ik even tijd nodig dit bericht te verwerken. Mijn leven zou er binnenkort geheel anders uit gaan zien, en dat terwijl ik op het bedrijf waar ik werkzaam was op het punt stond een carrière-move te maken. Die baan op de reclameafdeling van een grootwinkelbedrijf kon ik dus op mijn buik schrijven. Het zou er trouwens ook nooit meer van komen. Gedwarsboomd door defensie…

In de zomer van 1969 viel de oproep in de bus. Het was dus menens, en het aftellen kon beginnen. Bestemming: Lunettenkazerne in Vught en opkomstdatum dinsdag 11 november.

Het gaat nu echt gebeuren!

Vrijdags nam ik afscheid van mijn collega’s. Terwijl de mannen mij ervan probeerden te overtuigen dat je in dienst een echte kerel wordt, had het vrouwelijk personeel wat meer compassie met het lot dat mij te wachten stond. Afijn, ik had een lang weekend voor de boeg, dus nog een paar dagen om als gewoon burger door het leven te gaan. Daarna zou ik deze status voor zestien maanden kwijtraken.

Die dinsdagochtend stond ik met mijn te kleine koffertje nog wat onwennig op het station van Den Bosch. Ik zag wat andere leeftijdgenoten uit de trein stappen en besloot me bij het groepje aan te sluiten. Jawel hoor, allemaal soldaat in wording. Op het stationsplein stond een bus klaar die ons naar de kazerne zou voeren.

De sfeer was een mix van berusting en uitbundigheid. Dat laatste kon ik niet helemaal plaatsen. De dienst… daar word je toch niet vrolijk van? Eenmaal in de bus werd het portier gesloten – ontsnappen was dus onmogelijk – en voordat het voertuig in beweging kwam werden we kort toegesproken door iemand met strepen op zijn mouw. Zijn eerste woorden zal ik nooit vergeten: “Heren, vanaf nú staat u onder krijgstucht”.

Die eerste dag hebben we allemaal meegemaakt. PSU ophalen, foto maken voor het militair paspoort,  kamer toegewezen krijgen en kennismaken met de anderen. Mijn grootste bezwaar was dat we de eerste twee weken op de kazerne moesten blijven, dus geen weekendverlof en geen contact met thuis. Onder toeziend oog van een aalmoezenier werd in het eerste weekend gelegenheid geboden een of meerdere brieven te schrijven aan je familie en geliefde. De overige tijd werd opgevuld met het bestuderen van het Handboek voor de soldaat, sporten, stormbaan en exerceren. Dat laatste werkte behoorlijk op de lachspieren, want het liep voor geen meter. Maar ja, alle begin is moeilijk…

Ik zat aanvankelijk bij het 1e peloton Indas, maar na twee maanden werd de groep gesplitst. Eén deel vertrok om op een andere kazerne de opleiding vervolgen, en de overblijvers bleven nog twee maanden in Vught maar zouden verhuizen van de begane grond naar de eerste verdieping van het gebouw. Daar wilde je niet bijhoren, want het gerucht ging dat die stakkers uiteindelijk de rest van hun diensttijd in Duitsland moesten uitzitten.

Toch besliste het lot dat ik tot de laatste groep zou gaan behoren. Ik nam mijn intrek in kamer 50. En toen dat eenmaal een feit was zat ik plotseling in het 1e peloton Ondas, dat werd aangevuld met een aantal militairen dat op andere legerplaatsen hun 2 maanden voorlopleiding had genoten. Allemaal met dezelfde eindbestemming: Seedorf, waar we in de vroege avond van maandag 9 maart 1970 arriveerden als ‘parate’ troep.

Méér over die eerste maanden in Vught lees je hier

naar top↑

retour-hoofdstuk

Advertenties