Lenen

Hoe kom je de diensttijd door zonder te lenen?

NIET dus…! Je offert 16 tot 18 maanden op om je land te dienen, maar de outfit waarin dit moet gebeuren krijg je in bruikleen. Het is wel royaal van de overheid dat je het hele zootje na je diensttijd nog een tijdje thuis in bewaring mag nemen. Ook handig als je een herhalingsoproep krijgt, want dan heb je de werkkleding immers nog in je bezit.

Van herhaling was ik vrijgesteld, en in mei 1973 kreeg ik bericht van Defensie dat mijn mobilisatiebestemming was vervallen. Toch duurde het daarna nog een hele tijd voordat op 8 april 1982 de plunjebaal werd opgehaald door Van Gend & Loos; ruim elf jaar, vanaf maart 1971, zat ik met die zak opgescheept!

Voor de legeruitrusting moest je tekenen bij ontvangst én kort voor het beëindigen van de diensttijd, en in de tussenliggende periode werd het constant op je hart gedrukt: bewaak je PSU desnoods met je leven, vooral als er ergens in de buurt een compagnie gaat afzwaaien. Ontbrekende goederen moesten namelijk uit eigen zak betaald worden. Koppels, pukkels en kistjes waren erg in trek, want dit soort attributen behoorde eind jaren zestig/begin jaren zeventig bij het straatbeeld. Legerspullen waren populair, vooral bij de jeugd. Je kon die items weliswaar kopen bij een legerdump, maar als je een broer of neef had die in dienst zat was de kans groot dat hij wel een en ander voor je kon ‘ritselen’. Maar daarvoor moest hij wel eerst op rooftocht…

En zo kon het gebeuren dat, zelfs bij kortstondige afwezigheid, een super-oude-stomp je niet-afgesloten kastje inspecteerde of er iets van zijn gading bij zat. Slechts één of twee items werden meegenomen, zodat het niet meteen opviel. Voor de goede orde: dit is geen lenen maar stelen!

Ik was al snel het haasje, want kort na onze aankomst in Seedorf werd mijn broek ‘eerste grijs’ gestolen. Er zijn procedures voor opgesteld hoe je dan te werk moet gaan: je schrijft een verzoekschrift (in 2-voud) en levert dat in bij de administrateur. Vervolgens is het afwachten wat er gaat gebeuren. Bij mij duurde die procedure eindeloos lang want in het traject dat zo’n briefje af moet leggen ging er van alles fout. Voordeel was dat ik ondertussen was aangesteld tot barbediende en daarbij kon ik gewoon burger- of gevechtskleding dragen.

Uiteindelijk kreeg ik bericht dat ik de broek kon afhalen bij de foerier, al bleek dit exemplaar minstens twee maten te groot. Aangezien ik de broek toch nooit zou dragen heb ik hem destijds geaccepteerd en was blij met de toevoeging R/R op de kopie van mijn verzoekschrift: Rekening Rijk. Ik hoefde dus niets te betalen. Wel werd ik nadien wat voorzichtiger met ‘s lands eigendommen.

Opnieuw in kleding van een ander…

Wat ik zelf nooit voor mogelijk had gehouden gebeurde begin februari 1971: twee leden van de compagnie kwamen in aanmerking voor het ‘rood erekoord’ en ik was er één van! Dat ging met veel militair vertoon en leverde meteen al een probleem op: bij een dergelijke ceremonie behoort het tenue ‘eerste grijs’…

Terwijl de compagnie in het gelid staat moeten de gedecoreerden uittreden om het koord in ontvangst te nemen, maar je staat mooi voor lul als je dat doet met een broek aan je kont die ook als tweepersoons slaapzak kan dienen. Gelukkig kon ik een passende broek lenen van kamergenoot Jan Heij, en hij kreeg zolang de mijne. We hadden ongeveer hetzelfde postuur, dus ik kon zó instappen…

Voordat ik de militaire dienst kon verlaten heb ik voor de laatste keer nog snel iets moeten lenen. Tijdens het uitkeuren moest je een plasje inleveren, maar ik kon geen druppel opbrengen. Dat kan de beste overkomen. Gelukkig had de man die naast me stond nog voldoende over om ook mijn potje te vullen. En nee, hij hoefde het niet terug te hebben. Mooi gebaar toch? Achteraf wel blij dat mijn urinedonor geen ernstige ziekte onder de leden had…

naar top↑

retour-hoofdstuk

Advertenties