De diensttijd van Paul Broekman (2)

Herinneringen aan de periode Seedorf

Aankomst in Seedorf 15 maart 1971: Willkommen…

Eenmaal aangekomen in Seedorf, merkte ik al gauw de kameraadschap onder elkaar en de sfeer die er hing. Heel anders dan de tijd in Nederland. Seedorf was als een stukje Nederland op Duits grondgebied, een enclave. Het verlof ging in na een week of 6. Een keer was het verlof na ruim 10 weken. Dit maakte van ons een ander type soldaat. Er was geen thuisfront, we waren op elkaar aangewezen, we zochten bij elkaar gezelligheid. Dus waarom zouden we moeilijk gaan doen?

“Maten naaien” kwam volgens mij hier in Seedorf lang niet zo veel voor als in Nederland. Behalve de kameraadschap en de sfeer hier in Seedorf kreeg je hier te maken met grote en kleine oefeningen op Cie als wel op bataljonsniveau. De grote waren in Navo-verband. Als Seedorfer kreeg je ook te maken met buitenlandse militairen. Ik heb hier in Duitsland leuke dingen meegemaakt, die ik in Nederland niet tegengekomen zou zijn. Ook moet ik nog vermelden, dat de Duitsers in het algemeen een militair anders benaderen dan de Nederlanders. Ze hadden daar in die tijd nog “eerbied” voor ons als beschermers tegen de Russen. In ons land was dat gevoel niet aanwezig.

Hieronder een schema uit mijn agenda van 1971. En een beschrijving van enkele oefeningen, althans van wat er in mijn geheugen nog is blijven steken:

Een keer van Seedorf bij Bremervörde in het noorden helemaal naar de omgeving van München gereden om op de Donau met rubberbootjes al pendelend te varen met de Duitsers. De reis verliep in zo’n drietonner. Over die grote Duitse snelwegen. Vele honderden kilometers. Meer naar het zuiden kregen “de oudjes” het zwaar te verduren. Tergend langzaam kropen de wagens tegen de heuvels omhoog. Onderweg hebben we gebivakkeerd in het heuvelachtig terrein. Heel in de verte zag je nu en dan een autolamp opdoemen uit de duisternis. Verder was het doodstil. Boven aan het firmament blonken de miljarden sterren. Ik vond dit een ware verademing. Sindsdien keek ik meer naar de Grote Beer en andere sterrenbeelden.
We waren gelegerd in de plaats Ingolstadt bij München in legertenten met verwarming.

De Donau was toen zeer ondiep op die plaats, net niet genoeg water om er fatsoenlijk op te kunnen varen/peddelen. Soms moesten we de rubberen boot door het water slepen. Wij als 41 GN hadden er een wedstrijd van gemaakt met de Duitsers. Hoe het is afgelopen, is mij niet meer bekend. Het viel niet mee die peddels allen dezelfde kant en met dezelfde vloeiende beweging op en neer te laten gaan. Op een dag moesten wij als zesde peloton ons kunnen demonstreren op een drijvende ponton. Je moest bepaalde manoeuvres uitvoeren op dat ding met een of andere stok (!). De pontonniers onder ons hadden daar geen moeite mee, maar ik stond daar te stuntelen en kon de balans niet vinden. De pc van ons stond te kijken en riep: “Kom er maar af, ik zie dat er je geen gevoel voor hebt, hoe je de ponton in bedwang moet houden”. Ik zag ook wel dat ik daarvoor niet in de wieg was gelegd en ik legde me erbij neer.

Tijdens deze oefening in Ingolstadt stonden we onder Duits bevel, omdat de baas van onze Duitse collega’s een hogere rang had dan die van ons. Ik herinner me nog vaag, dat wij als Hollanders niet gehoorzaam waren aan de Duitse leiding: we mochten een weekend niet weg. Op een of andere dag zijn we met enkele mannen naar München gegaan met een soldatentruck. Eenmaal in de buitenwijken aangekomen, we hadden onze jassen niet dichtgeknoopt, kregen we van een voorbijgaande Duitser een opmerking daarover. Ja, ja dat was die punktlichkeit weer. We hebben daar een café bezocht of iets dergelijks, waar Porno werd vertoond. Dat was in die tijd nog niet zo ingeburgerd en ik vond het niet smakelijk. Ik was toen als broekie nog niet veel gewend. Porno zat toen nog in de illegaliteit. De porno-industrie stond toen nog in de kinderschoenen.
Ik meen mij nog vaag te herinneren dat we toentertijd een dagje uit zijn geweest naar Rothenburg an der Tauber, een prachtig oud stadje met van die vakhuisjes. Later ben ik er eens teruggeweest op vakantie.
Nu we het toch over “een dagje uit” hebben: in februari 1972 kon je naar de Harz. Ikzelf ben niet meegegaan, ik was nogal spaarzaam en ik gebruikte de centen liever in de belastingvrije winkel en wel voor de uitzet! Ik heb er veel spullen gekocht.

Oefening bij de Oostduitse grens: Misthoorn/Winterhorn eind 1971

Een korte briefing van de staf hierover gehad. Hieronder een beschrijving, die ik vond in een oude brief: “Dit is een bataljonsoefening d.w.z. dat de A. als de B. Cie en de staf meedoen. De plaats van oefening is bij Lüneburg in de buurt van Hamburg. Dichtbij de Oostzone. Ons programma van het 6de peloton omvat het volgende:

’s Maandags: geïmproviseerde brug, 250 meter wegdek en wachtlopen (duur max. 12 uur). In de vroege ochtend van 13 december ’71 om ongeveer 2 uur opstaan, klaarmaken, eten en vertrekken. Om 9.30 uur op de plaats van bestemming. Om ongeveer 11.30 beginnen te bouwen. Van veel slapen zal geen sprake zijn (gemiddeld 5 tot 6 uur). Het slapen geschiedt de eerste twee nachten in de drietonners en de andere twee in een school. Verwarmd eten krijgen we vanuit de kazerne opgevoerd. ’s Zondagsmiddags moet ik voor 120 man lunchpakketten klaarmaken. Ik hoop niet dat ik dit alleen moet doen!

De dinsdag: 2 pontonplaatvlotten bouwen; in de avond naar een strategisch belangrijke brug over de Elbe, waar wij uitleg krijgen van de Duitsers over een of andere nieuwe “springmethode”; De woensdag: afbreken van de baileybrug; Donderdag: afbreken met het 5de peloton 5 vlotten of terugkeren naar de kazerne en bailey lossen?”
Ik herinner mij dat ik met mijn tanden tijdens de oefening Misthoorn tegen een stalen balk aanliep daar in het binnenste van die grote brug over de rivier de Elbe. Daarbinnen was het erg donker en een enkele zaklamp doet ook niet veel. Een wonder dat ik geen tanden had gebroken!

Ontbering

Tijdens de winter van 1971 in een dorpje in de buurt van de Oostzone gedoucht met koud water bij Duitse mensen in een schuurtje: we waren blij dat er na dagen wat water over onze lijven stroomde. Kou deerde ons niet, we waren eraan gewend. Ziek worden van een griepaanval kwam ook al niet voor. De buitenlucht en het trotseren van ontberingen maakten ons weerbaar. Nu zoveel jaren later ben ik vaak verkouden!

Dansen op een boerderij

Wat ik ook nooit vergeet is dat ik met een oude man op een boerderij daar bij de Duitse Oostgrens heb gedanst (?) op een oude grammofoonplaat die werd afgedraaid op zo’n oude draaitafel. Hij stond erop. Ik wilde het eerst niet doen, maar iets in mij liet me overhalen de “dansvloer” op te gaan. We waren immers binnen uitgenodigd. En onze Cie was hier ingekwartierd.
We hebben ook een keer koeien moeten verweiden. Als tegenprestatie dat wij in de schuur hebben mogen overnachten van een boer.

Slapen in een seinwachtershuisje

Tijdens een oefening heb ik met drie anderen in een seinhuiswachtershuisje overnacht. Als de telefoon rinkelde, moesten wij de man wakker maken. En de slagbomen dichtdoen. Ja, je maakte nog wel eens iets mee. De man had in de oorlog in Zeeland gevochten… Daar was ie min of meer trots op!

Bergen Belsen mei 1971

Monument Bergen-Belsen.

Ik was gekozen om met nog een andere collega naar een herdenking te gaan van de omgekomen joden: Bergen Belsen. Een ontroerende belevenis! Er heerste daar een aparte stilte en ik herinner me nog dat er een of twee herten liepen. Er was een monument waar door een afvaardiging uit Seedorf bloemen werden gelegd. Ik heb er ook een massagraf gezien. Hier is ook Anne Frank omgekomen…
De luit van onze compagnie (Elt. Van de Roovaart), ging na afloop lekker eten, dat hij zeer waarschijnlijk kon declareren. Wij daarentegen moesten het zelf betalen. Daarom hadden wij niet veel genomen. Anders was je wedde zo op… We moesten ook nog iets overhouden voor de borrel en andere geneugten voor de rest van de maand!

Werkweigering op zondag op de rivier/kanaal de Main: oefening met de Duitsers

Ik heb ook een keer werk geweigerd op de zondag. Je kon een beroep doen op de zondagsplicht! We moesten toen in de winter ’s nachts op een kanaal een pontonbrug met de Duitsers aanleggen. Het was half oktober 1971 aan de Main. Het was daar door het landklimaat veel kouder dan in Nederland. De sterren fonkelden aan de hemel in die ijzige nacht. Omdat het zo helder was, kon je de Grote Beer, de Poolster en enkele andere sterrenbeelden goed waarnemen. Een indrukwekkend schouwspel!
Ik moest toen met een andere collega in een reddingsbootje eventuele kameraden die in het water terecht kwamen aan boord hijsen. Alsof dat geen werk was! En warempel, we trokken op een gegeven moment een Duitse soldaat aan boord. Die had er geen zin meer in en dacht op die manier de dans te ontspringen…

Een pluimpje van de Duitse staf

Wij hebben als Nederlandse soldaten wel eens een pluimpje gekregen van de Duitse commandant, die het bevel voerde bij een van de oefeningen. Duitsers zijn punktlich en houden van orde. Nu nog steeds. Wij Nederlanders daarentegen zijn meer individualistischer, losser, vrijer. Bij het aanleggen van een brug over de Main hielden wij en de Duitsers een wedstrijd wie het eerste de brug gelegd had. De Duitsers stonden keurig in de rij en ieder kwam aan de beurt om zijn dingen te doen. Wij stonden allen door elkaar om de dingen te doen, die nodig waren. Alles ging met de hand en soms kwamen we in aanraking met het ijskoude water. Wie won? Wij natuurlijk!

Een geluk bij een ongeluk

Bij het gooien van oefenmijnen in een soldatenwagen op de kazerne in Seedorf had ik een oefenmijn op mijn wijsvinger gekregen. De dokter, een pas afgestudeerde arts, heeft toen met een erg grove naald de snee dichtgenaaid. Hij kon geen dunnere naald vinden! Ik ging bijna van mijn stokje… Ik kreeg wel vrijstelling van dienst. Op dat moment kwam er een oefening. Eentje van meer fysieke kracht naar ik me nog kan herinneren! Dat was een geluk bij een ongeluk!

Bijna een ongeluk

Tijdens een of andere oefening moest ik van mijn pc het verkeer tegenhouden, want de brug zou provisorisch opgeblazen worden. Het was donker en er kwam af en toe een auto langs. Zo gezegd, zo gedaan! Op een gegeven ogenblik kwamen er uit de verte twee koplampen op mij af. Ik ging midden op de weg staan en zwaaide met mijn armen in de lucht. Een schijnwerper had ik volgens mij niet! De auto had een behoorlijke vaart en het leek erop dat deze voor mij niet wilde stoppen. Hij maakte met grote vaart een slalom. Ik schrok me te pletter, het scheelde niet veel of ik was er voorgoed geweest. Als ik hieraan terugdenk, dan denk ik ook aan het verhaal van mijn vroegere buurjongen Theo Gerritsen die in Duitsland in militaire dienst in de jaren zestig door een auto is aangereden langs de kant van de weg. Hij is door dit ongeval omgekomen! Zo zijn er tijdens oefeningen meer slachtoffers gemaakt. Ik heb wel eens horen zeggen, dat er militairen door een tank zijn overreden, toen zij in een slaapzak lagen te pitten…

’s Nachts naar de Reeperbahn!

Ook kan ik me herinneren, dat er maten waren, die na het avondappèl op de kamers, stiekem door een of andere deur van het gebouw op weg gingen naar… naar Hamburg… naar de Reeperbahn… (na tienen). Ha! Ha!

Kamernummers

Ik kan mijn eigen kamernummer niet meer herinneren, maar ik vermoed een nummer van boven de 100. In mijn oude agenda stonden drie kamers met de nummers 108, 107 en 106. Het zou zo maar kunnen, dat ik nummer 108 had. Mijn kamer lag op de eerste verdieping helemaal achteraan, de laatste van B. Cie.

Bovenste rij 2e van rechts: J. van den Bosch. Onderste rij links: Van den Broek en Van Praag.

Namen van mijn collega’s, die ik nog heb onthouden

Ik behoorde tot het Zesde Peloton van 41 GN B. Cie. Ik vond deze notitie in de agenda. Daar had ik dus het meeste mee te doen. Ik weet niet meer uit hoeveel man deze bestond en over hoeveel kamers het zesde was verspreid.

Van den Broek: We kenden elkaar goed, want hij heeft mij wel eens thuisgebracht vanuit Arnhem toen ik daar als rekruut verbleef. Hij was vrachtwagenchauffeur van beroep, maar vanwege zijn ogen, hij was brildragend met sterke glazen, mocht hij dit beroep in dienst niet uitoefenen. We trokken ’s avonds vaak met elkaar op.

De tweede persoon met wie ik later optrok, toen het met Van den Broek niet meer liep, was J. van den Bosch uit Axel Ferdinantstraat 2 in Zeeland. Ik heb hem leren kennen in de kamer van Van den Broek. Een sympathieke knaap, zoals ik dat had geschreven in een oude brief uit 1971. We trokken veel met elkaar op; we waren aan elkaar gewaagd, geen lawaaierige types. Ik las in die brief, dat we nog wel eens naar het KMT of HMT gingen. We bespraken er naast dienstzaken ook andere dingen. Over bijvoorbeeld de psychologische beïnvloeding van de reclame en over parapsychologie… Niet op een hoogdravende elitaire toon, nee op een doodgewone manier. Zo staat dit in de brief beschreven! En dat deed mij goed staat er. Dat kan ik me geheel niet meer herinneren. Hij was een serieus type, ik denk dat hij met die onderwerpen is gekomen. Ik vond het fijn om je verstand ook eens te richten op iets anders dan alleen wat er op de kazerne gebeurde. Met z’n tweeën ook wel eens naar Zeven geweest in een uitgaansgelegenheid. Je kon er dansen, hij had meer geluk bij de meisjes weet ik nog. Zijn adres had ik in de agenda van 1972 geschreven, zag ik.

Ram van Praag, een Indisch type, klein van stuk, maar een aardige jongen die ik wel eens heb gesproken.

Ene Hoekstra, altijd met een peuk in de mond, onze zeer ervaren chauffeur, ik meen dat ie een weinig stotterde. Verder een toffe vent!

Verder ene Pijpen (achternaam). Ook hij behoorde tot het 6de peloton.

Martineau, ken hem van gezicht op de foto, meer weet ik niet van hem. Het leek mij een pontonnier te zijn!

Gek, maar ik kan mij de namen niet meer herinneren van mijn eigen kamergenoten. Ze zijn wel te zien op foto’s die ik nog in mijn bezit heb. We lagen met z’n vieren op een kamer, anders dan op de Saxen Weimarkazerne waar ik met meer dan 30 man op een zaal lag. Er waren stapelbedden en ik lag boven. Beneden mij lag mijn maat Kusters, hij kwam uit Limburg. Aan de andere kant een kamergenoot, die vermoedelijk uit de Achterhoek of uit Twente kwam. Van de vierde kamergenoot weet ik het niet. Alleen op oefening trok ik met hen op. ’s Avonds ging iedereen zijns weegs. Vandaar dat ze uit mijn geheugen zijn gewist. Wie weet het nog wel?

PMT/KMT

Het bezoek aan deze twee militaire tehuizen stond hoog in ons vaandel. Tja, wat moest je anders doen op de kazerne. Op de kamer blijven was nou ook niet je-van-het en in Zeven was nu ook niet al te veel te doen. Ja, we gingen vaak naar de film. O ja, er was nog de compagniesbar, maar daar werd vaak een stuk in de kraag gedronken. En daar was ik nou net niet het type naar. Ja, je had nu eenmaal allerlei types: zij die erg luidruchtig waren en van zich lieten horen en die vaak ook van een stevige borrel hielden; de wat stillere/rustige types op de achtergrond zoals ikzelf; types die van uitgaan hielden naar gelegenheden buiten de kazerne (…); en zij die zich meer verpoosden op hun eigen kamer (sommige kamers hadden een eigen gezellige inrichting gemaakt met netten en versierselen, mijn kamer had geen uitstraling waar de creativiteit van afdroop); en weer andere die zich meer in de bar ophielden. En dat mocht toen ook allemaal!

De sfeer in KMT/PMT

Ik vond de sfeer in het KMT, ik ben van huis uit katholiek, minder dan in het PMT. Waar dat nou precies aan lag: ik meen veel aan de uitstraling van de beheerder. Vandaar dat ik daar meer te zien was. Wat we daar deden? Natuurlijk een lekker bakkie koffie drinken en een biertje, wat kletsen over oefeningen die op stapel stonden of over een naderend verlof, ook niet onbelangrijk. Ik weet wel dat ik en meer collega’s de dagen afstreepten in hun agenda’s of anderszins. Vooral toen kerst 1971 naderde begon het afstrepen der dagen fanatieker: 9 maart 1972 kwam in zicht, het aftaaien!

Bios/variété

Earth and Fire (promotiefoto).

Wij als Seedorfers waren toch min of meer op elkaar aangewezen: een Nederlandse enclave in de Bondsrepubliek. Dus we moesten ons vertier hoofdzakelijk hier op het kazerneterrein zoeken. Even naar huis gaan, zoals de dienstplichtigen in Nederland dat deden, was er niet bij. Dus vaak naar de film of eens in de zoveel tijd naar ander vermaak, zoals bijvoorbeeld een optreden op 20 juni 1971 van bekende artiesten: Jerney Kaagman, Patricia Paay en Bueno de Mesquito. De eerste twee leven nog, de laatste is er niet meer. Jerney Kaagman maakte deel uit van de succesformatie Earth & Fire, die in de jaren ’70 maar liefst dertien top 40-noteringen scoorde waaronder twee nummer 1-hits. Ze trad toen op in een strak leren zwart pakje en dat vond ik heel sexy. We waren dat toen nog niet gewend, die sexy uitstraling.
Laatst zag je haar in “Idols”, ze is wel veranderd, maar dat is bij ons Seedorfgangers ook het geval. Helaas! Als we de tijd konden tegenhouden, dan zaten we nog steeds in Seedorf. Helaas, tschuuss Seedorf!
Die Bueno was een rasartiest en had veel bekendheid, ook in Duitsland. Ik herinner me ook dat ik hem in de begintijd in Vught ’s avonds tegenkwam in de auto. Tussen haakjes, ik kwam als rekruut uit Arnhem van de pantserinfanterie en had mij vrijwillig aangesloten bij de 41 genietroepen. Dat leek voor mij een beter onderdeel te zijn. Ik was nog erg onbekend daar in Vught en op een avond stopte er een auto vlak voor mij en mijn metgezel. Hij vroeg de weg naar een bepaald gebouw. En wie zat in die wagen? Bueno de Mesquito. Ik herkende hem meteen van de tv.

Verzoekplatenprogramma kerst/jaarwisseling 1971

Tegen kerst ’71 heb ik in het KMT, waar ik nog wel eens vertoefde een formulier ingevuld met het verzoek het adres van het thuisfront op te geven. Niet vermoedend dat dit resulteerde in een verzoekplaat en een eventuele groet, die beide in het KMT met kerst via de geluidsinstallatie werden afgespeeld. Ik heb van andere maten gehoord, dat mijn naam werd afgeroepen en dat er een plaatje werd gedraaid. Helaas was ik door een of andere oorzaak niet op tijd in het KMT. Jammer! Je had vroeger zelfs op de radio een programma om overzee de groeten te doen voor militairen, via radio Scheveningen. Vroom en Dreesman was de sponsor van dit gebeuren, het warenhuis had toen al een uitgebreide platenafdeling en van oorsprong waren de oprichters van katholieken huize.

Compagnies blad ‘De Komma’

Omslag van De Komma, jaargang 2. De illustratie is gemaakt door Jan Hendrickx.

In een oude brief van 11-12-1971 staat dat mijn gedicht in ‘De Komma’ door de dienstmaten op de kamer van Van den Broek goed is ontvangen. Dat betekent dat zij deze in stencil gemaakte uitgave gelezen hadden. Van mijn eigen kamergenoten heb ik niets gehoord. Eerder had ik eens een ander gedicht gemaakt, maar dat werd niet geplaatst, omdat het niet paste qua inhoud: het was anti-oorlog. Ik snapte dat achteraf wel!
Ik ben erachter gekomen, wie de drijvende kracht achter dat blad was: Oud-Seedorfganger Bert Hendrickx van lichting 69/6 en niet te vergeten een oud Genieveteraan van het 41 B. Cie. Ik had hem gevraagd of hij die jaargangen nog bewaard had, helaas! Ook na zijn diensttijd heeft hij zich een tijd met “De Komma” bezig gehouden.
Wie heeft dit nog bewaard uit de jaren 1971? Zelf moet ik dit gedicht nog ergens hebben liggen. Ik meen ook nog te weten hoe dit heet: De Vliegenvanger.

De AAL in Seedorf

In het begin in Seedorf, dat meen ik althans, moesten wij verplicht naar de Aal. Wel mocht je zelf weten, naar wie je toe wilde: de katholieke of de protestantse. Was er ook een humanistische? Je kreeg er les over bepaalde zaken en er waren gesprekken over geestelijke onderwerpen. Je had ook een eigen inbreng en je kon een gesprek aanvragen, als je problemen had. Daar denk je nooit aan, maar er waren ook dienstplichtigen die psychisch in de knoop zaten!
Mij kwamen die militaire aalmoezeniers, in tegenstelling tot de kerkelijke pastores en priesters, nou niet echt als geestelijke herders over in hun militaire kleding met een paar sterren of balken. Dat riep bij mij steeds een zekere weerstand op. Maar dat wil niet zeggen, dat zij geen goed werk deden voor hen die hier steun zochten. Ik weet wel dat het bezoek later in de diensttijd sterk afnam…

Alarm en brand

Eens ging op de kazerne het alarm af. Wij hadden op dat moment les buiten. Onze vaandrig keek geschrokken (misschien dacht hij dat het een echt NAVO-alarm was, een serieuze!). Gelukkig was dit niet zo. Een stuk heidegrond in de buurt van Zeven stond in brand! Met man en macht hebben we met takken en blusmateriaal het vuur proberen te doven. Het was echt bloedheet tussen de vlammen.
We hadden wel op onverwachte tijden groot alarm op de kazerne: NAVO-oefeningen en dan moest de hele kazerne op weg naar bepaalde doelen. En dat was best spannend, vond ik.

Wachtlopen bij een munitiebunkeropslagplaats

Ik heb ook een keer een munitiebunkeropslagplaats moeten bewaken in de nacht ergens bij de Duitse Oostgrens. We waren erg gespannen en hadden een geweer en een patroonhouder met scherpe munitie erin, voor het geval dat er een aanval op de bunker werd gepleegd. We kregen van tevoren duidelijk instructies. We kregen nog wel bezoek van een of andere controleur, die we niet juist hadden “gefouilleerd “. Ik meen dat we hiervoor een “douw” hebben gekregen of een berisping…

Zevener Vier-Abend-Märsche als opstapje voor de Nijmeegse Vierdaagse

Ik heb ook nog meegedaan met de avondvierdaagse van Zeven. Erg rivaliserend: op een gegeven moment werd het een wedstrijd tussen ons peloton en die van een Duits onderdeel. De versnelling werd er danig ingezet. Ik heb sindsdien niet meer zo hard gelopen. Deze oefening was een voorproefje voor de uiteindelijke Nijmeegse Vierdaagse. In eerste instantie voelde ik mij als rasechte Nijmegenaar verplicht om hier gehoor aan te geven, maar om een aantal redenen heb ik hieraan niet meegedaan.

Buitenbeentje van de B. Cie

Wat ik ook even kwijt wil is dit: Er was toen in onze B. compagnie een buitenbeentje. Daar werd door ons als genisten wel eens ‘misbruik’ van gemaakt door hem de vervelende karweitjes te laten opknappen. Bij het leggen van een pontonbrug over de Main werd hij aangemoedigd (!) om met lieslaarzen in het ijskoude water te staan. Het waren winterse omstandigheden (landklimaat).

Belastingvrije winkel

Verder kon je op het kazerneterrein profiteren van die belastingvrije winkel, waar je toen van die moderne tuners e.d. kon kopen. Daar werd gretig van gebruik gemaakt. Als de mensen met verlof gingen na 6 weken, dan zag je ze met die stereotorens en sigarettensloffen zeulen naar de reisbussen. Er werd veel gesmokkeld (!) in die tijd met die sigaretten en dranken. Er werden onderlinge afspraken gemaakt. De Duitse douane kwam daarom vaak in de bussen controleren…

De voordelen in het buitenland

Het grote voordeel van de diensttijd in het buitenland doorbrengen was die belastingreductie en daarmee samenhangend die belastingvrije winkel.
En het salaris, de wedde, was een stuk hoger dan in Nederland. Ik kreeg toentertijd zo’n 300 Mark. En de Mark stond toen genoteerd op 1.10, de koers ten opzichte van de gulden. Beroepssoldaten hadden in die tijd nog veel meer voordelen. Daarom was het ook zo gewild om enkele jaren hier te wonen: scheelde in de opbouw van je pensioen, je salaris, het aankopen van een auto (groot belastingvoordeel), de aankoop van een huis, vrijstelling van een ziektekostenverzekering? In mijn bewaard gebleven agenda uit de diensttijd stond het volgende: Een sergeant eerste klas verdiende in Nederland 1.275 gulden en in het buitenland 1.850 per maand. Geen kattenpis!

Leuke foto voor het thuisfront…

Seedorf ook iets voor mij na het afzwaaien…

Wat hierboven staat, sprak mij toen ook wel aan op een gegeven moment. Ik had nog geen baan, kwam pas van de toen bekend staande kweekschool voor onderwijzers, nu PABO geheten. In mijn oude agenda van 1971 staan enkele notities: De heer Dillingh van de lagere school te Zeven, onderhoud aanvragen bij de luitenant/kapitein voor informatie; voordelen zijn de buitenlandse toelage, geen BTW, benzinebonnen en je hoorde dan bij de officiersmess. Nadelen: Gewenning aan het militaire milieu, de gevraagde ervaring in het onderwijs e.d. Gelet op de nadelen die er ook aankleefden, heb ik die toch zwaarder laten meewegen. Dus na het afzwaaien tsjuuuusss Seedorf!

Nog een paar wetenswaardigheden:

Op school heb ik een tijd geleden van een lerares een dvd over Seedorf gekregen: Tschüs Seedorf. Haar vader had daar als beroeps gewerkt. De dvd bracht bij mij niet die sfeer over, die ik ervan verwacht had!

– Kerst

Met kerst 1971 op de kazerne met een andere onderwijzer van de B. Cie een programmaatje in elkaar geknutseld voor de kinderen van de officieren, die aan het kerstdiner gingen zitten. Voor dit programma had mijn collega bij de lagere school in Zeven materiaal gehaald. Samen vermaakten we de kinderen, ze kregen ook nog een traktatie. We hadden hier vrijstelling voor gekregen van de adjudant. Wat de functie van deze man precies was, is mij tot op heden onduidelijk. Op internet staat dat het een ondergeschikt officier is in een bataljon ( Navo). Het was een man al van een jaar of vijftig. Ik was hem nog nooit tegengekomen, totdat kerst in beeld kwam. De naam van hem weet ik niet meer. Wie wel?

– Barbecuen in het bos

We hebben een keer als B. Compagnie in de buurt van Zeven in een bos dood hout gesprokkeld voor de boseigenaar. Wie dat was, weet ik niet meer. Er moest toen ook gehakt worden. Een “boswachter” zou voor onze moeite een ree schieten. Tegen de avond, het begon al te schemeren, zat de hele Cie aan de dis: met een stuk vlees boven een vuurtje. Ik had er weinig verstand van en dat bleek ook, gezien het min of meer rauwe vlees!

– Met Kwaytaal bouwen aan een fundering

Vlakbij het kazerneterrein moesten wij als compagnie een fundering aanleggen voor een of ander gebouw. Ik zie sergeant Kwaytaal nog instructies geven. Ik en nog vele andere maten keken meer toe dan we hielpen, want met specie omgaan dat hadden we nooit geleerd. Gelukkig waren er jongens bij, die op school les in timmeren en metselen hadden gekregen. Ik heb daar een foto van:

Bouwen aan een fundering.

– Toekomstige Seedorfgangers informeren

Ik ben een keer met een andere maat van onze compagnie aan het eind van de diensttijd (1972) naar Vught geweest om daar aan toekomstige Seedorfers een en ander te vertellen over wat hen te wachten stond. Die maat van mij bleek in mijn ogen hoogbegaafd te zijn, in die tijd een nog niet zo’n bekend fenomeen. Ik kon hem soms moeilijk volgen. Hij was het ook, die op een bijeenkomst van aspirant militairen fel van leer trok tegen een generaal over de kwestie dat het leger en hijzelf niet productief waren. Ook had hij wel eens discussies met de luit van onze compagnie. Dit herinner ik me nog wel. Hoe heet die luit ook weer? Hij was niet groot en een beetje gezet. Ik vond hem best een aardig en redelijk persoon, zoals ik mij hem nog kan herinneren. Hij was toen zeker 10 jaar ouder dan ik. Hij zal nu ergens tussen de 75 en 80 zijn. Met hem naar Bergen Belsen geweest…

– Oppas spelen bij het kader:

Bij de luit van onze compagnie B. eens ’s avonds op de kinderen gepast. Ook bij de adjudant op de kinderen gepast een keer. Lekker chillen (dat woord kenden wij nog niet in die tijd) met chips en cola. Ik en een andere maat van onze Cie hadden de kweekschool gevolgd en wisten hoe we met kinderen moesten omgaan. En daar maakte het kader wel eens gebruik van. En dat vonden mijn collega en ik helemaal niet erg. Even in het huiselijke milieu, thuis bij het kader op de bank, lekker gemoedelijk. Van de kinderen, die op bed lagen, geen geluidje gehoord. Ja, de kinderen van de beroeps zijn natuurlijk goed getraind en geïnstrueerd…

Trein gemist naar Nunspeet na verlof

Ik weet niet meer wanneer, maar ik moest na verlof naar Nunspeet, het Achterdetachement Nederlandse troepen Seedorf/Hohne. Ik stapte de trein in Nijmegen in, die klaar stond, niet wetende dat de trein naar Nunspeet er nog moest aankomen. Een enkele minuut te vroeg ingestapt. Op een gegeven moment bemerkte ik dat de trein een andere richting uitging, richting de grens van Duitsland. Paniek! De conducteur zei dat ik in Kranenburg/Kleve moest uitstappen en daar op de trein naar Nederland moest wachten. Uiteindelijk kwam ik verlaat in Nunspeet aan; de bus met Seedorfers was al verdwenen. Ik moest toen 2 dagen daar op de kazerne verblijven, overnachten. Geen douw overigens hoor! Overmacht toch!

Ziek zijn na het verlof en de ‘volwassenheid’ van de Seedorfer!

Als je ziek was geworden na het verlof, kreeg je van de dienstdoende luit van het Achterdetachement in Nunspeet een getypt briefje met het vriendelijke verzoek (gericht aan de voogd/ouders???). Was ik dan niet volwassen??? Ik was toen al 22 jaar… Vreemd eigenlijk!!! Het briefje is in mijn bezit.
“Mochten er van uw kant vragen of moeilijkheden zijn betreffende uw pupil/zoon, bel dan even en ik zal trachten, eventueel door telefonisch ruggespraak te houden met zijn commandant, deze voor u op te lossen”.
Zouden ze daar in Nunspeet twijfel trekken aan de oprechtheid van de dienstplichtige? Het lijkt erop. Ik zocht op internet, wanneer je eigenlijk volwassen/meerderjarig was in die tijd. Nu is dat op 18-jarige leeftijd. Voor 1988 was je pas met 21 jaar volwassen. M.a.w. Ik was toen al in 1971 handelingsbekwaam/volwassen. Toch werd de brief aan mijn ouders gericht…

Verlofdagen

Ik heb eens uitgerekend hoeveel verlofdagen ik had in het jaar 1971 tot 9 maart 1972. Ik kwam op zo’n ongeveer 80 dagen, de weekeinden meegerekend! In de zomer van ’71 hadden wij als 41 Genie 3 weken vakantieverlof van 22 juni tot 13 juli. En met de kerst gingen we op bataljonsverlof van 30-12-1971 tot 10-1-1972. Ik zag in mijn agenda staan dat ik er nog 5 dagen tegenaan had geplakt, waardoor ik pas 17 januari ’72 hoefde terug te keren. Het afzwaaien kwam toen wel heel erg dichtbij!

Afzwaaien 9 maart 1972: einde oefening! Seedorf Tschüs

Eindelijk naar huis! Van “nog zoveel dagen te gaan” bleef niets meer over. Ik denk dat bijna iedereen ernaar toegeleefd heeft. Op het eind gaat je blik, je gedachten zich helemaal richten op het leven na de dienst: solliciteren, terug naar de oude baas. Een enkele zal bijgetekend hebben.
Eerst de PSU controleren en eventueel aanvullen… Tekenen hiervoor! De hele B. Cie met luxe bussen richting Nederland. Bij de douane die ook niet van gisteren was, moesten we onze tassen laten zien. En er werd gevraagd of wij wat aan te geven hadden! Iedereen wist wat je over de grens belastingvrij mocht meenemen. Maar we verdeelden de buit onderling: een slimme zet! Ik weet niet meer of ook alle plunjebalen werden gecontroleerd… Onze plunjebalen moesten wij in Loenen bij Apeldoorn inleveren. Met de trein daarna in Zutphen naar huis afgereisd. EINDE OEFENING!
Een einde aan een niet te vergeten periode in mijn leven hier in Seedorf bij Zeven op de Noordduitse laagvlakte.

Plunjebaalgeschiedenis

Voor het eerst uitgereikt in Arnhem en weer ingeleverd;
In Vught nieuwe PSU spullen;
In Seedorf weer een nieuwe PSU-voorraad;
In Loenen ingeleverd na het afzwaaien;
Later werd de plunjebaal weer thuisbezorgd;
Op een gegeven moment afgegeven bij Van Gend en Loos op het station in Nijmegen;
Op herhaling weer uitgedeeld en ingeleverd.
Ik heb zo’n militaire overjas ‘bewaard’ en gebruik deze nog ’s winters in de tuin!

Naar het volgende deel: Op herhaling 1978

naar top↑

retour-hoofdstuk

Advertenties