De diensttijd van Heinz Verstappen (3)

Actief buiten de kazernepoort

Op een gegeven moment waren er op de Harskamp schietwedstrijden en een vaandrig in onze compagnie vond dat er ook een afvaardiging van de A. compagnie mee moest doen. Beloning: twee dagen extra verlof. Onze verlofweek was aansluitend op die schietwedstrijden welke plaatsvonden op maandag en dinsdag. Ons verlof begon op vrijdag en de schutters zouden dan al op woensdagmorgen met verlof gaan vanuit de Harskamp.

Schietwedstrijden Harskamp

Foto ter illustratie.

Vrijwilligers gevraagd, en mondjesmaat kwamen de aanmeldingen. De vaandrig kwam op een zeker moment een mannetje te kort en – hoe het zo gekomen is weet ik niet meer – hij vroeg mij of ik mee wilde. Ik zei tegen de vaandrig dat ik een pistool droeg en geen Fal. “Geen probleem”, zei hij, “we ruilen hem gewoon om met een makker van je en je krijgt les.” En zo was ik tijdelijk mijn pistool kwijt en was ik drager van een Fal. Om ons voor te bereiden gingen we elke dag, behalve in de weekend, naar de schietbaan tot we vertrokken naar Nederland. De hele voorbereiding duurde volgens mij zo’n twee weken en ik ontpopte mij tot een van de beste schutters van het tien man sterke team. Onbegrijpelijk! We werden behoorlijk in de watten gelegd want elke dag werden we goed verzorgd met koffie en broodjes.
We vertrokken hoopvol naar de Harskamp in Nederland om deel te nemen aan de schietwedstrijden. Wat kwamen we daar bedrogen uit. We eindigden ergens in de onderste regionen en troostten ons met de gedachte dat deelnemen belangrijker is dan winnen. Waar heb ik dit eerder gehoord? We genoten verder van ons extra verlof en waren een ervaring rijker.

Vierdaagse van Nijmegen

Foto ter illustratie.

De vierdaagse van Nijmegen was ook een prachtige ervaring. Ik werd gevraagd om als hospik de verzorging te doen van een peloton vrijwilligers onder leiding van een vaandrig. We gingen flink oefenen in Seedorf om vijftig kilometer per dag te wandelen. Ik op een dienstfiets.
Een van de lopers in ons peloton woonde in Nijmegen en ging dus maar al te graag mee. Hij mocht dan ook elke dag na de wandeling naar huis, naar zijn vriendin. Hij zorgde ervoor dat ik daar ook een goede fiets kreeg want ik wandelde immers niet mee maar fietste de vierdaagse. Niet in zijn geheel natuurlijk. Ik kreeg elke dag van de vaandrig geld en de routebeschrijving. Op de routebeschrijving stonden alle rustplaatsen en vanzelf nam ik dan ook de snelste route binnendoor naar de diverse rustplekken. En als ik dan op een (militaire) rustplaats was aangekomen moest ik vaak heel lang wachten voordat mijn peloton arriveerde. Dat was geen ramp er was koffie e.d. genoeg te krijgen en praatte veel met andere collega’s. Voor het geld dat ik elke dag kreeg van de vaandrig kocht ik het nodige voor de jongens. Fruit, melk en dat soort dingen.

Vierdaagse. Foto ter illustratie.

Ik had mijn gitaar bij me en in de avond maakte ik wat muziek in onze grote legertent maar veel luisteraars had ik niet want de boys waren behoorlijk moe en vielen een voor een in slaap. Aangezien ik niet hoefde te wandelen en niet zo vermoeid was, ging ik dan maar naar een legertent waar je bier kon kopen en praatte wat met ander collega’s. Zo tegen elven ging ik dan maar terug om ook te gaan slapen. Om vier uur ’s morgens moesten we al weer op, wassen, ontbijten, lunchpakket klaarmaken en dan naar de start voor weer een wandeldag.
Op tweede of derde dag kreeg ik een lekke band en heb behoorlijk lang moeten lopen totdat ik een dorpje vond met een fietsenmaker. Hij lapte mijn band en kreeg ik van zijn vrouw een heerlijke bak koffie en hij bracht niets in rekening. Prachtig gebaar.
Op de laatste dag moesten we vlak voor Nijmegen halt houden om ons om te kleden in onze uniformen. Dat allemaal voor de binnenkomst op de Via Gladiola. Dat was heel indrukwekkend en ontroerend. Overal applaus en toejuichingen, het leek wel of we wereldkampioen waren geworden. Ik fietste achter het peloton. De televisie was ook aanwezig en mijn moeder die thuis naar de tv zat te kijken zag mij dus echt door het beeld fietsen. Ikzelf heb helaas deze beelden nooit gezien.
Na de finish kregen we allemaal een medaille en ik kreeg er ook een, een speciale verzorgers medaille. Helaas ben ik die door diverse verhuizingen kwijtgeraakt. De volgende dag, zaterdag, gingen we met een drietonner terug naar Seedorf en in de avond hadden we groot feest in de compagniesbar. Op de een of andere manier had onze vaandrig op een gegeven moment voor iedereen een halve gebraden kip geregeld. Waar die vandaan zijn gekomen is me nooit duidelijk geworden. Ze smaakten in elk geval heerlijk. Hoe ik die nacht op bed ben gekomen is mij een raadsel. Ik werd wakker met een behoorlijke kater, maar een ervaring rijker.

Afbraak in Heeslingen

De burgemeester van Heeslingen stond op zeer goede voet met het commando van Seedorf. Heeslingen lag ongeveer 10 km vanaf de kazerne. Je reed richting Zeven en voordat je in Zeven kwam moest je linksaf. De Genie had er al ooit een zwembad voor de bewoners van Heeslingen gebouwd op een bestaande waterbel. Ergens midden in het dorp stond een boerderij met wat kleine bijgebouwen en een beerput. De burgemeester van Heeslingen wilde deze graag afgebroken hebben en vroeg aan de Genie om dit uit te voeren. Zo gezegd, zo gedaan. Een gedeelte van mijn peloton, aangevuld met een compressor auto met bediening, toog naar Heeslingen om deze klus te klaren. Natuurlijk moest ik als hospik mee. Het was half juni en prachtig weer.

Boerderij slopen in Heeslingen.

Er was geen kader aanwezig dus hadden we een grote mate van vrijheid. Het beviel ons zo goed dat we bewust langzaamaan deden. Op een dag kwam wel een keer de plaatsvervangend compagniescommandant, luitenant Mohr langs voor een kort bezoekje. Elke middag om twaalf uur kwam de vrouw van de dorpsbakker ons soep, heerlijke Duitse broodjes en koffie brengen in opdracht van de burgemeester. Rond half drie kwam de burgemeester zelf en bracht ons bier en frisdrank. Wij zaten dan met ons allen rond de tafel met de burgemeester en hadden mooie gesprekken. Heel gezellig en de kazerne leek ver weg. We mochten van de burgemeester ook gebruikmaken van het zwembad wat we dan ook regelmatig deden. Rond vijf uur reden we dagelijks weer naar de kazerne. We verheugden ons erop dat het weekend er weer opzat en we weer aan de slag konden. Heerlijke weken hadden we en ik had als hospik weinig te doen, hier en daar een pleister en verder hielp ik uiteraard ook mee met de afbraak. Toen de klus geklaard was kregen we als aandenken een aansteker van de burgemeester met de inscriptie ‘Heeslingen Dankt’. Een mooi gebaar en we waren weer een prachtige ervaring rijker.

Excursies

Bezoek aan de zonegrens. Heinz Verstappen midden op de foto.

Op een gegeven moment konden we bloed geven aan het Rode Kruis. Normaal kreeg je daar een dag prestatieverlof voor maar omdat dat in Duitsland een beetje moeilijk ging kregen we dan een excursie aangeboden.
Die excursie bracht ons naar de Oost-Duitse grens, naar Wolfsburg waar we een bezoek brachten aan de Volkswagen fabrieken. Heel indrukwekkend al die lopende banden en naderhand mochten we nog vertier zoeken in de stad. Daarna gingen we naar het concentratiekamp Bergen-Belsen. Dit was een hele trieste ervaring en maakte veel indruk op ons. Toen we met de bussen terug gingen naar Seedorf werd er geen woord meer gezegd.

Een tweede excursie was naar de Becks Bierbrouwerijen in Bremen. Of dit in het kader van het bloedgeven was weet ik niet meer. Het was in elk geval een mooie excursie waar we na de rondleiding door de fabriek een lunch kregen aangeboden met veel bier. Ik weet nog dat, toen we terugreden naar Seedorf, de buschauffeur een sanitaire stop moest maken en er een hele rij soldaten langs de weg stond te wildplassen.

Oefeningen

Wanneer je militair bent weet je dat je geregeld op oefening gaat. Wat ik nog weet van deze oefeningen zal ik vertellen maar niet in chronologische volgorde.

Oefening Hohne

Nadat ik op 25 september 1964 was aangekomen in Seedorf moesten we al half oktober op oefening. De oefening heette ‘Oefening Hohne’. Het was een grote oefening van zes weken deels in NATO verband. We vertrokken in stromende regen naar de Lünenburger Heide.
Ik vergeet nooit dat we op de tweede dag met de hele compagnie op pad moesten om blindgangers te zoeken en er een vlaggetje bij plaatsen. Dat gebeurde allemaal in stromende regen en iedereen was doorweekt tot op zijn bilnaad. Wie verzint zoiets!
Het regende trouwens bijna elke dag tijdens oefening Hohne. Zondags gingen we dan maar naar de katholieke kerk in een Duitse kazerne, niet omdat we zo gelovig waren, maar omdat er mooie verwarmde kantine bij was waar we na de kerkdienst koffie met Berliner bollen kochten. Na een hele week in het veld te hebben gelegen in een puptentje was dit een aangename, warme en droge verpozing.

Bruggetje bouwen…

Tijdens de oefeningen bouwden we bruggen voor o.a. de tankbataljons, en bliezen bruggen op om de ‘vijand’ de doortocht te beletten. Alles werd in de gaten gehouden door scheidsrechters die rondreden in jeeps met een witte vlag erop. Zo gebeurde het een keer dat we een brug hadden ondermijnd met trotyl blokjes (van hout) en er een tankbataljon van de ‘vijand’ aankwam. De tanks reden achteloos de brug op en wij hadden al het bevel gekregen van opblazen. Een scheidsrechter sprong voor de tanks en verklaarde een gedeelte van het tankbataljon voor uitgeschakeld. Wij gniffelden natuurlijk, wat hadden we een lol.

Tijdens een oefening…

Zo’n scheidsrechter stond ons ook een keer op te wachten toen we met ons peloton door een bos reden. Hij verklaarde ons gedeeltelijk voor dood en gedeeltelijk gevangengenomen. Het bleek dat er in de bosjes een infanteriebataljon lag en wij in hun hinderlaag waren gereden. Dat was weer lachen. Ik werd gevangen genomen en kreeg een label omgehangen met de letters POW (Prisoner of War) en werd afgevoerd naar een gevangenen verzamelplaats. Daar werden we door de Militaire Inlichtingen Dienst ondervraagd en dat ging er niet altijd zachtzinnig aan toe. Ik had geluk dat ik een hospikband om mijn arm had en kon mij beroepen op de Conventie van Genève en werd afgevoerd naar een andere tent waar we koffie en broodjes kregen en later weer afgevoerd werden naar onze compagnie om ons ‘opnieuw in de strijd te werpen’.
Na onze terugkeer in de kazerne zouden we snel op ons eerste verlof gaan na ongeveer 9 weken, naar ik me kan herinneren. We verheugden er ons er erg op. Vrijdags zou het gebeuren. De zaterdag ervoor gingen we op stap buiten de kazerne en zorgden dat we om 24 uur weer binnen waren. De volgende ochtend hoorden we dat drie van onze compagniesmaten door een dronken Duitse bestuurder van een auto waren gegrepen met dodelijke afloop. Dit verschrikkelijk nieuws kwam hard aan en de hele week tot aan het verlof was de stemming behoorlijk down.

Pontonplaatbrug oefeningen op de Weser

Ploeteren op de Weser.

Op een gegeven moment gingen we op oefening naar de rivier de Weser om daar te oefenen met pontonplaatbruggen welke vanuit Nederland werden aangevoerd op grote 10-ton trucks. Drie dagen waren we aan het oefenen en ik zat met de chauffeurs van ons peloton achter in een vrachtauto te kaarten terwijl de pontonniers aan het zwoegen waren op de Weser. Af en toe moest ik komen opdraven om een pleister te plakken of een verband te leggen.

Na drie dagen werden we afgelost door een Genie-eenheid uit Nederland die dezelfde oefeningen moesten doen. En gezien deze eenheid geen hospik bij zich had moest ik blijven.
Ik kreeg een grote legertent tent tot mijn beschikking met een kachel er in en een brits om op te slapen. De Genie eenheid uit Nederland had verder alles bij zich zoals bijvoorbeeld een complete veldkeuken. Ik hoefde me om het eten dus geen zorgen te maken. ’s Avonds gingen men op stap in een dorp vlak in de buurt. Ze vroegen ook mij om mee te gaan. Gezien zij uniformen bij zich hadden en ik niet werd dat een beetje moeilijk. Maar geen nood, ik kon een uniform lenen van iemand die moest wachtlopen en dus niet mee kon. Zo trok ik als geneeskundig soldaat een Genie-uniform aan en ook nog wel zo’n Terlenka geval. Dat mocht de pret niet drukken, op stap dus!
Op de dag van hun vertrek werd ik opgehaald door een kleine vrachtauto (WEB). Al het materiaal wat van ons was werd ingeladen en na afscheid te hebben genomen van mijn tijdelijke diensmakkers reden we terug naar Seedorf waar het reguliere kazerneleven weer begon.

Stappen tijdens een oefening

Bezoek Prins Bernhard tijdens een oefening.

Op een andere oefening ergens in Duitsland was het prachtig warm voorjaarsweer en lagen we in een bos op bivak toen een van mijn maten ontdekte dat er op nog geen 500 meter lopen een dorpje lag met een kroeg.
We hadden het wachtloop schema van die nacht en spraken met de betreffende dienstmaten af dat we dus een bezoek aan die kroeg zouden brengen. De kroegbaas was heel blij met ons en bleef speciaal voor ons zelfs een uur langer open. Om ongeveer 2 uur in de nacht keerden we behoorlijk aangeschoten terug naar ons bivak en brachten voor twee wachtposten (onze maten) elk een fles bier mee. Onze staf en kader heeft er totaal niets van gemerkt.

De Aalmoezenier

Tijdens een andere oefening gebeurde het dat een jeep met de aalmoezenier zich had vastgereden in een door ons aangelegde concertina. Het prikkeldraad had zich volledig om de aandrijfas gewikkeld. De aalmoezenier zou dan die nacht bij ons in bivak en de volgende ochtend opgehaald worden. We zaten gezellig in een kring te praten toen er plotseling een traangasaanval kwam van de ‘vijand’. Iedereen bliksemsnel de gasmaskers op, maar die arme aalmoezenier had geen gasmasker bij zich en had het zwaar te verduren. De tranen biggelden over zijn wangen en wij hebben hem zo snel mogelijk naar een gasvrije zone gebracht.

Oefening Klein Oorlog

De laatste oefening die we tijdens mijn diensttijd kregen was (de mooiste naar mijn idee) ‘Klein Oorlog’. Deze vond plaats in augustus 1965 en duurde drie dagen met prachtig warm zomerweer en zwoele nachten. Onze compagnie (de A. compagnie 64/2) werd in kleine groepjes van ongeveer 8 tot 10 man opgedeeld en die werden op verschillende plekken rond tien uur, half elf avonds gedropt. Elke groep had een leider die een stafkaart bij zich droeg met daarop het punt waar we naar toe moesten lopen.
Dat was nog niet alles. De B. compagnie (64/6) fungeerde als onze ‘vijand’ en bezette strategische punten om ons de doorgang te beletten en gevangen te nemen. Onze uitrusting was zo licht mogelijk, slaapzak, wapen, gevechtskleding, petje (gelukkig geen helm), veldfles en kleine pukkel. Allemaal best te doen.

Tijdens een oefening…

De groep waar ik in zat stond onder leiding van onze vaandrig. We spraken al snel af dat we deze snel moesten kwijtraken zodat we onze eigen plan konden trekken om zo snel mogelijk op het eindpunt aan te komen zonder al dat militaire gedoe. Onze wens werd verhoord. We kwamen in het donker met wat maanlicht ergens in een bos op een driesprong en plotseling begon er mitrailleur te ratelen met losse flodders. We schrokken enorm en we keken waar de vaandrig heen schoot en vlogen natuurlijk de andere kant op en we waren hem kwijt. Hoe we die nacht in ons bivak terug zijn gekomen kan ik me niet meer herinneren.

De tweede nacht hadden we dezelfde strategie. De vaandrig kwijt raken en onze eigen plan weer trekken. Het lukte om hem weer kwijt te raken en op een gegeven moment kwamen we in een dorp terecht waar in een kroeg een bruiloft bezig was. We gingen de kroeg in om een pils te kopen om onze dorst te lessen. Een van de bruiloftsgasten kreeg ons in de gaten en trakteerde ons op kosten van het bruidspaar op nog meer bier. We trokken na een aantal pilsjes weer verder en kwamen in het volgende dorp andere groepen tegen en we waren toen zo ongeveer met een man of 30. De groepen hadden expres op elkaar gewacht. Wat was het geval? We moesten een riviertje over. We hadden twee mogelijkheden: 1) door het water of 2) over de brug. Maar die brug werd bezet door een peloton van de B Compagnie. We wilden niet nat worden dus gingen we over de brug. We trokken toen met de verzamelde groepen de brug over en diegene van de B Compagnie die dit wilde verhinderen had dit beter niet kunnen doen. Voorop liepen bij ons twee potige Zeeuwen die gevaarlijk met hun geweren rondmaaiden. Toen we na deze oefening terug waren op de kazerne en in de eetzaal kwamen, zagen we bij sommigen van de B. compagnie de gevolgen van die nachtelijke bestorming van die brug. Pleisters. Er zijn nooit woorden aan dit voorval gewijd, het scheen er bij te horen.

Foto ter illustratie.

De derde nacht raakte ik op een gegeven moment iedereen kwijt en was alleen. Na uren te hebben gelopen zag ik langs de kant van de weg in het maanlicht een prachtige droge greppel vol met droge bladeren. Het was een zwoele en warme nacht en ik had geen puf meer om nog verder te lopen. Ik rolde mijn slaapzak uit op de bladeren en viel naar de sterren kijkend in een heerlijke slaap.

Toen ik wakker werd was het al licht en ik haalde uit mijn pukkel een noodrantsoen die ik in alle rust op peuzelde en geen moment nadacht waar ik heen moest en hoe ik terug moest komen. Ik vond het wel best en genoot van het mooie weer, de natuur en de vrijheid. Pakte daarna mijn spullen in, ging tegen een boom zitten en stak een zware Van Nelle op tot er opeens een Landrover langskwam met daarin volgens mij boswachters. Ze stopten en vertelden me dat ze de opdracht hadden om verdwaalde militairen op te pikken en naar het bivak te brengen. Zo gezegd zo gedaan. Terug in het bivak nam ik nog een normaal ontbijt en ging nog een paar uurtjes slapen voordat we werden terug gebracht naar de kazerne. De oefening zat er op.
Natuurlijk kan ik me niet alles meer herinneren van al deze oefeningen maar misschien zijn er dienstmakkers van de 41 Geniebataljon – A. compagnie die dit lezen en het nog weten en zo de verhalen willen aanvullen.

De Cadi wagen

Tijdens de diverse oefeningen kwam er ook regelmatig een auto langs van de CADI (Cantine Dienst). Hier kon je dan gevulde koeken, kano’s, bierworstjes, koffie e.d. kopen.

Eten tijdens de oefeningen

Het eten op oefeningen was doorgaans beter als op de kazerne. Logisch dat was een massaproduct. Op oefening gingen de eigen koks mee die dan voor een veel kleiner aantal manschappen moesten koken.

Naar het volgende deel: Het uitgaansleven en einde dienstplicht

naar top↑

retour-hoofdstuk

Advertenties