De diensttijd van Heinz Verstappen (1)

Herinneringen aan de opleiding

Begin 1964 voer ik als matroos op de m.s. Kroonborg ergens op de Middellandse Zee en ik kreeg te horen dat ik mij op 8 april 1964 moest melden aan de Juliana van Stolberg Kazerne, Amersfoort. Lichting 64/2, de laatste lichting met het oude eerste grijs. Grove stof dus. De lichtingen na 64/2 kregen van die mooie Terlenka uniformen.
Toen ik aan de laatste 2 maanden van mijn diensttijd toe was kon je dan ook aan de uniformen precies zien wie de ouwe stompen waren.

Basisopleiding Juliana van Stolberg kazerne

Het opmaken van de bedden.

Het begon allemaal op 8 april. Ik was nog maar amper binnen of ik werd naar de kapper gedirigeerd in verband met mijn Beatle (lang haar) kapsel. Lang haar was toen nog verboden in het leger.
Verder moesten we strozakken vullen met hooi om op te slapen en leerden we hoe we ons bed moesten opmaken met twee stokjes. Wij kregen verder een infanterie basisopleiding welke twee maanden zou duren. Mijn wapen was een karabijn. Ik wilde graag chauffeur worden en gaf dit ook aan op de vraag die mij gesteld werd wat ik wilde worden in het leger…

Tijdens een weekendverlof had ik te diep in het glaasje gekeken en meldde me ’s maandags ziek. Ik sliep heerlijk uit en realiseerde me in de middag opeens dat ik die middag een chauffeurstest had moeten afleggen. Weg chauffeurscarrière in het leger.

Ik was woest op mezelf en zo zie je maar weer als de drank is in de man… In de Juliana van Stolberg kazerne mocht je maar een keer per week douchen en dat gebeurde meestal op vrijdag als je met verlof ging. Je moest ook niet raar opkijken als je na het douchen nog een veldloop kreeg. Elke morgen moest je om zes uur opstaan en om acht uur was er appèl en begonnen de diensten. Exercities, wapenleer, marslopen, stormbaan, sporten, schietoefeningen, etc. Amersfoort was een heerlijke stad om te stappen en had een heel gezellige binnenstad.

Voortgezette opleiding Juliana van Stolberg kazerne

Na de twee maanden basisopleiding werd ik overgeplaatst naar de opleiding gewondenverzorger. Het wapen die ik toen droeg was een pistool Browning FN. Dit was het standaard wapen voor een geneeskundig soldaat. Naast de gebruikelijke exercities en conditie oefeningen (sporten dus, veldloop, stormbaan) kregen we veel les in duffe, muf ruikende leslokalen. Ziekenverzorging, EHAF (eerste hulp aan het front), hygiëne etc. We leerden iemand een spuit te geven, bloed afnemen, jezelf een spuit geven en veel saaie theorielessen. Ook hier om 06.00 uur opstaan, om 08.00 appèl en dan begonnen de diensten. Tijdens de voortgezette opleiding moest je ook geregeld wachtlopen. Je was dan 24 uur in touw en slapen was er niet bij.

Op oefening.

Tijdens een oefening ter velde, Leusder Heide, kwam het kader erachter dat ik zeeman geweest was en vond dat ik hun ontbijt ochtends moest verzorgen. Dat deed ik maar al te graag. Ik zette koffie, bakte eitjes voor ze etc. Als ze dan met de manschappen op pad gingen moest ik dan de (grote) tent schoonmaken, afwassen e.d. Maar als ze eenmaal weg waren bakte ik mezelf eerst een eitje op een plak brood met een bak koffie. Heerlijk! Als ze me nodig waren hoorde ik ze roepen “Zeebonk.” Ik dacht dat ik op deze manier onder het oefenen uit kon komen. Maar nee, ik moest ook.

Het oefenen bestond uit het opzoeken van gewonden ergens in het veld. Deze ‘gewonden’ van onze eigen compagnie, werden eerst vakkundig geschminkt en dan ergens neergelegd. Je kon niet zien dat ze geschminkt waren, zo echt leek het. Gezien er veel fietsers en wandelaars over de fiets- en wandelpaden over de Leusder Heide kwamen gingen de ‘gewonden’ expres, stiekem vlak bij een fiets of wandelpad liggen en joegen zo de voorbijgangers de stuipen op het lijf. Maar goed als je dan een ‘slachtoffer’ had gevonden moest je deze met hulp van brancarddragers naar het kamp brengen en uitleggen aan de deskundigen wat je diagnose was en hoe je deze gewonde moet behandelen. Hier kreeg je dan een cijfer voor. Ik kreeg geloof ik een mager zesje.

Op zekere dag kwam de vraag of je ook naar het buitenland wilde. De keus was Duitsland of Suriname. Ik koos voor Seedorf in Duitsland. Je kreeg dan buitenlandtoelage. We kregen in Nederland 1,50 (gulden) per dag (na 100 dagen) en in Duitsland 3,20 (Mark) per dag. Dat was toen heel wat. Het soldij werd iedere 10 dagen uitbetaald. In de compagniesbar kostte een fles bier 40 cent, volgens mijn herinnering. Een ander voordeel was dat je tabakswaren belastingvrij kon inkopen. Per week een slof sigaretten of vijf pakjes tabak. Dat werd smokkelen dus maar daar kom ik later op terug. Dus werd het Seedorf.

Praktijkopleiding Militair Hospitaal Amersfoort

Ingang hoofdgebouw Militair Hospitaal Amersfoort.

Hier kwam ik terecht na mijn voortgezette opleiding om middels een twee maanden durende stage ervaring op te doen in de praktijk. Het waren de zomermaanden eind juli tot eind september. Ik woonde daar met meerdere stagiaires in een apart gebouw achter het hospitaal in een soort park. We sliepen hier niet meer op strozakken maar op normale matrassen met witte lakens en er was geen discipline wat betreft het opmaken van bedden etc. We hadden een grote douchecel en een heel groot ligbad tot onze beschikking. We konden elk moment van de dag een douche nemen als we dat wilden in tegenstelling tot de voorgaande vier maanden. In deze twee maanden draaide je verschillende diensten, nachtdienst, ambulancedienst, polikliniek etc.

Hoofdingang Militair Hospitaal Amersfoort.

Ik weet nog dat ik polikliniek dienst had en de intake moest doen met patiënten die zich ziek hadden gemeld. Er was net een nieuwe lichting militairen onder de wapenen geroepen, toen er zich een behoorlijk aantal ziek meldden en bij mij terecht kwamen voor de intake. Als ziekenhuis broeder liep ik dus in een witte jas en de eerste de beste patiënt die ik zou gaan inschrijven, groen als hij was (oliebol), meldde zich bij mij met de legendarische woorden “Goedemorgen dokter.” Die avond in een kroeg in Amersfoort hebben we hier nog enorm om gelachen.

Aan de nachtdiensten kon ik nooit wennen. Deze begon om tien uur ’s avonds tot zeven uur in de morgen. Ik kon dan ook moeilijk mijn ogen openhouden. Op gezette tijden kwam de hoofdzuster voor controle en een bak koffie brengen en ze betrapte me weleens slapende achter mijn bureau en dat vond ze niet leuk en kreeg ik de nodige berispingen. Ik zette ook wel eens iets half en half tegen de deur zodat ik tijdig werd gewekt, maar dat had ze op den duur ook door. Wat ik ook erg vond was het warme eten om 2 uur nachts. Daar had ik op dat tijdstip nu helemaal geen zin in.

Ik moest ook geregeld met een patiënt naar het Militair Hospitaal Oog en Al, in Utrecht, om de patiënt psychiatrisch te laten onderzoeken. Je wist wel dat deze patiënten bezig waren om zich te laten afkeuren. Gezien het feit dat ik ook dienstplichtig militair was kon ik me hierbij wel iets voorstellen. In de gesprekken die ik tijdens het vervoer per trein met ze had wisten we beiden wel beter en wenste ze veel geluk toe en hoopte dat het ze zou gelukken. Verder zweeg ik…

De plunje van Heinz Verstappen.

Op zekere dag had een collega (een boom van een kerel) avond/nachtdienst en rond een uur of elf moest hij met de ambulance uitrukken naar een ongeval met dodelijke afloop die ergens plaats had gevonden tijdens een militaire oefening. Tegen een uur of twee in de nacht kwam hij terug op de kamer en hoefde die nacht verder geen dienst te draaien (begrijpelijk). Met veel bravoure vertelde hij aan ons hoe hij allerlei lichaamsdelen bijeen moest rapen van de dode slachtoffers. Nadat hij zijn verhaal gedaan had gingen we slapen en het duurde niet lang of iedereen schrok wakker. Onze collega draaide volkomen door en moest worden afgevoerd. Hij kwam in een (Militair) psychiatrische inrichting terecht. Het zag er niet goed uit. Ik ben er nooit achter gekomen wat er van hem terecht is gekomen. We hadden ook een maat op de kamer die als het mogelijk was veel naar het zwembad ging in Amersfoort. Hij had de gave om vooral rijke vrouwen te verleiden in het zwembad, hij had er volgens mij een neus voor, en kwam dan ook vaak op de kamer met luxe cadeaus. Een gigolo dus.

We hadden verder een enorm goed leven. Alles was prima, het slapen, het eten en geen militaire discipline. Heerlijke tijd. Maar aan alles komt een eind.

Naar het volgende deel: Naar Seedorf…

naar top↑

retour-hoofdstuk

Advertenties