Legerkiosk

De allereerste Seedorf reportage

Het is 26 september 1963 als de eerste Nederlandse militairen hun intrek nemen op Kamp Seedorf. Een vrij nieuw gebouwencomplex (1958) dus optimale leefomstandigheden voor onze manschappen, hoewel uitbreiding van woon- en ontspanningsruimte in het beginstadium nog dringend gewenst is. Met geleende straatnamen als Damrak, Coolsingel, Lange Voorhout en Oranjeplein wordt het ‘thuisgevoel’ nog eens extra versterkt om gevalletjes van heimwee zo veel mogelijk te beperken.
De redactie van maandblad Legerkoerier stuurde enkele weken na dato een journalist de grens over voor het schrijven van een ‘sfeerimpressie’. Die lees je hier, en het is zonder twijfel het allereerste verslag over Legerplaats Seedorf (toen nog ‘Kamp’ genoemd) dat na de Nederlandse ingebruikneming van de kazerne is geschreven.

‘De 41 Pabrig staat op Nato-wacht in Seedorf’

Boven de roodstenen legeringsgebouwen van het moderne kamp Seedorf in Duitsland wappert sinds enige weken de Nederlandse vlag, ten teken, dat de 41e Pantserbrigade er haar intrek heeft genomen. Op deze vooruitgeschoven post, die een belangrijke schakel is in de NATO-verdedigingsketen, houden nu meer dan 3.000 man de wacht. Zij zitten nu nog wat krap en onwennig in het nieuwe ‘wachthuisje’, maar er wordt hard aan gewerkt om hun meer ‘lebensraum’ te geven. Hun eerste reacties zijn terug te brengen tot “goede legering, maar niet zo gezellig.” Dit laatste slaat voornamelijk op de hen omringende verlatenheid, die door plaatsjes als Zeven en Seedorf nauwelijks wordt verdrongen. Daarom juist spant men zich in om het verblijf binnen de poorten zo aangenaam mogelijk te maken en worden in de weekeinden tochten georganiseerd naar oorden, die qua recreatie meer te bieden hebben.

De 41e Pantserbrigade is nu bijna compleet, alleen de afdeling artillerie ontbreekt nog – in afwachting van de nieuwbouw – op het appèl. Thans wordt het kamp bevolkt door verkenningseenheden, gemechaniseerde infanterie, genie en verzorgingseenheden, die de totale sterkte brengen op ruim 3.000. Dit is rijkelijk veel voor een kamp, dat de Bundeswehr bouwde voor 2.500 man. De woningsituatie is op het ogenblik echter zo, dat nog een honderdtal officieren en onderofficieren op een huis moeten wachten en dus evenals hun collega’s in het kamp onderdak moeten krijgen.

Tachtig woningen zijn reeds door Nederlandse gezinnen betrokken en 14 families hebben elders woonruimte kunnen huren, zij het dan voor woningprijzen, die in het algemeen belangrijk hoger zijn dan in Nederland. Het opleveren van de resterende 54 Bundeswehr huizen in Zeven houdt verband met de legering van Duitse militairen in Budel, het kamp dat wij ruilden tegen Seedorf. Aangezien de Duitse gezinnen daar nog niet terecht kunnen is ook het vrijkomen van de woningen bij kamp Seedorf vertraagd. Buiten dit bestaande contingent zullen er echter nog 130 nieuwe woningen in Zeven moeten worden gebouwd. Zolang dit project nog niet klaar is – burgemeester/tandarts, dr. A. Eichhoff heeft goede hoop dat de bouw voor eind 1964 zal kunnen worden gerealiseerd – zal men in het kamp met de ruimte moeten schipperen.

Schuimrubber matrassen

De soldaten merken daar betrekkelijk weinig van. Zij liggen zeer redelijk met acht man op kamers, die zich er goed voor lenen om gezellig gemaakt te worden. Zo zagen wij in het legeringsgebouw van het 41e Zelfstandige Verkenningseskadron een kamer, die was behangen, een erfenis van de vorige bewoners. De commandant vaste kampstaf, majoor J. Strietman, heeft er helemaal geen bezwaar tegen dat men zich aan een behangetje waagt, “dat geeft direct een huiselijke sfeer.” Dat de soldaten zo gunstig over de legering oordelen komt ook door de schuimrubber matrassen, de lakens en de slopen op de bedden. Dit slaapgerief brengt met zich mee, dat er ook geen wolletjes meer hoeven te worden gemaakt, wat natuurlijk best wordt ‘gepruimd’.

Brigadegeneraal J.L. Hollertt

De bewoners van het kamp Seedorf zullen hun vrije tijd voornamelijk binnenshuis moeten doorbrengen, want daarbuiten valt er niet veel te beleven. Zeven, dat met zijn 7.000 inwoners zes kilometer verder ligt, biedt weinig gelegenheid tot vertier en ook in Seedorf is men gauw uitgekeken. Daarom ook wordt er grote activiteit ontwikkeld op het gebied van sport en welzijnszorg. De WZZ-officier, majoor Van Hall doet alles om ’s avonds klinkende programma’s te presenteren. Eigenlijk bestaat alleen in het weekeinde gelegenheid om de gezelligheid verder van ‘huis’ te zoeken. De commandant van de 41e Pantserbrigade brigadegeneraal J.L. Hollertt, stimuleert het houden van geleide excursies naar bijvoorbeeld Hamburg, Bremen en Kiel. Ieder weekend wordt een tiental bussen verdeeld over verschillende onderdelen die zelf mogen bepalen waar zij naar toe gaan. Anderen maken gebruik van eigen dienstvervoer om hun mensen naar dichterbij gelegen plaatsen als Rotenburg en Bremervörde te brengen.

De verloftrein arriveert op station Godenstedt.

Maar al die voorzieningen vallen in het niet bij het verlof. Dit is zo geregeld, dat iedere man om de vijf weken vijf dagen thuis kan zijn, de heen- en terugreis niet meegerekend. Er is nog al wat gemopperd over deze regeling, omdat velen, die voorheen in Hohne waren gelegerd slechts vier weken op het fel begeerde reisje behoefden te wachten.

De thans geldende paraatheidseisen maken het echter niet mogelijk op deze voet door te gaan. De gehuwden krijgen bovendien binnen deze termijn van vijf weken vier dagen extra verlof, waarvan er twee afgaan voor de reis. […]

Grensoverschrijding in de regen

Het Fanfarekorps der Limburgse Jagers zorgde voor de muzikale noot aan de slagboom bij Schoonebeek.

Het laatste onderdeel dat in het kamp Seedorf arriveerde, was het 42 Painfbat uit Ermelo. De Limburgse Jagers, die 26 september in alle vroegte de legerplaats verlieten, werden tot ver over de grens vergezeld door een stromende regen. Deze kon echter commandant 1 Lk, luit-generaal F. van der Veen en commandant Regiment Limburgse Jagers, luit-kolonel Th. H. van Loo, er niet van weerhouden het bataljon bij de grensovergang Schoonebeek uitgeleide te doen. Het Fanfarekorps der Limburgse Jagers zorgde voor de muzikale noot aan de slagboom. Twee soldaten wensten door middel van een groot verregend spandoek hun collega’s goede reis. Ruim zeven uren later reden de Limburgse Jagers de poort van het kamp Seedorf binnen!

Bekijk het hier…

Voor het volledige artikel klik hier voor pagina 1, hier voor pagina 2 en hier voor pagina 3 (openen in apart venster). Originele publicatie (1963) uit de Legerkoerier.

Uit de collectie van kapitein b.d. Gerard Gaarthuis

naar top↑

retour-hoofdstuk

Advertenties